Indicatie
Behandeling van menginfecties door rondwormen en platwormen van de volgende species:
Rondwormen:
- Spoelwormen: Toxocara canis, Toxascaris leonina (volwassen en laat-onvolwassen vormen).
- Haakwormen: Uncinaria stenocephala, Ancylostoma canium (volwassen).
- Zweepwormen: Trichuris vulpis (volwassen).
Platwormen:
- Lintwormen: Echinococcus spp., (E. granulosus, E. multilocularis), Taenia spp. (T. hydatigena, T. pisiformis, T. taeniformis), Dipylidium caninum (volwassen en onvolwassen vormen).
Contra indicatie
Niet gelijktijdig gebruiken met piperazine derivaten. Niet gebruiken in dieren met een bekende overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of voor één van de hulpstoffen.
Bijwerkingen
7. Bijwerkingen Hond Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Maagdarmklachten (diarree, braken) Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be.
Gebruik
Oraal gebruik. De aanbevolen doseerfrequenties zijn: 15 mg/kg lichaamsgewicht febantel, 5 mg/kg pyrantel (overeenkomend met 14.4 mg/kg pyrantelembonaat) en 5 mg/kg praziquantel. 1 tablet per 10 kg lichaamsgewicht. De tabletten kunnen direct aan de hond worden toegediend, of met het voer worden gemengd. Honden hoeven voor of na behandeling niet nuchter te zijn. De tabletten kunnen in 2 of 4 delen van gelijke grootte worden gedeeld. Doseertabel: Lichaamsgewicht (kg) Tabletten 0,5- 2,5 ¼ 2,6-5,0 ½ 5,1-10,0 1 10,1-15,0 1½ 15,1-20,0 2 20,1-25,0 2½ 25,1-30,0 3 30,1-35,0 3½ 35,1-40,0 4 40,1 1 tablet per 10 kg Onderdosering kan leiden tot ineffectief gebruik en kan resistentieontwikkeling bevorderen. Advies van een dierenarts dient te worden ingewonnen over de noodzaak en de frequentie van herhaaldelijke toediening.


