Indicatie
- Behandeling van infecties met lintwormen (Dipylidium caninum, Taenia spp., Echinococcus multilocularis)
- Behandeling van infecties met rondwormen: haakwormen (Ancylostoma tubaeforme) en spoelwormen (Toxocara cati)
- De preventie van hartwormziekte gedurende 1 maand, wanneer gelijktijdig behandeling tegen lintworm gewenst is.
Contra indicatie
- Alpramil Kleine Kat 4 mg/10 mg tablet: niet gebruiken bij katten met een gewicht van minder dan 0,5 kg en/of jonger dan 6 weken leeftijd.
- Alpramil Middelgrote/Grote Kat 12 mg/30 mg tablet: niet gebruiken bij katten met een gewicht van minder dan 3 kg.
- Alpramil Grote Kat 16 mg/40 mg tablet: niet gebruiken bij katten met een gewicht van minder dan 4 kg.
- Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor de werkzame bestanddelen of één van de hulpstoffen.
Gebruik
Alpramil ontworming geeft u oraal via de bek. U geeft de tablet met of na wat eten. Voor een juiste dosering is het belangrijk dat u uw kat weegt. Afhankelijk van het gewicht van uw kat, kiest u de juiste tabletsterkte.
| Dosering | ||
|---|---|---|
| Gewicht van de kat | Aantal tabletten | Alpramil |
| Katten 0,5 tot 1 kg | 1/2 tablet | Alpramil Kleine Kat 4 mg/10 mg |
| Katten 1 tot 2 kg | 1 tablet | Alpramil Kleine Kat 4 mg/10 mg |
| Katten 2 tot 3 kg | 1,5 tablet | Alpramil Kleine Kat 4 mg/10 mg |
| Katten 3 tot 4 kg | 2 tabletten | Alpramil Kleine Kat 4 mg/10 mg |
| Katten 3 tot 6 kg | 1 tablet | Alpramil Middelgrote/Grote Kat 12 mg/30 mg |
| Katten 6 tot 12 kg | 2 tabletten | Alpramil Middelgrote/Grote Kat 12 mg/30 mg |
| Katten 4 tot 8 kg | 1 tablet | Alpramil Grote Kat 16 mg/40 mg |
| Katten 8 tot 16 kg | 2 tabletten | Alpramil Grote Kat 16 mg/40 mg |
Eigenschappen
- Makkelijk te doseren voor elk gewicht
- Drie varianten voor optimaal gebruiksgemak
- Smakelijke tabletten voor een goede acceptatie
- Mag gegeven worden bij dracht en lactatie.
Bijwerkingen
7. Bijwerkingen Katten: Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Overgevoeligheidsreactie1 ; systemische aandoeningen (bijv. lethargie)1 ; neurologische aandoeningen (bijv. spiertrillingen en ataxie (incoördinatie))1 ; aandoeningen van het spijsverteringsstelsel (bijv. braken en diarree)1 . 1 Met name bij jonge katten. Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: www.eenbijwerkingmelden-dieren.be of mail: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be




