Indicatie
4.1 Therapeutische indicaties Maviret is geïndiceerd voor de behandeling van chronische infectie met het hepatitis C-virus (HCV) bij volwassenen en kinderen vanaf 3 jaar (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 5.1).
4.1 Therapeutische indicaties Maviret omhuld granulaat is geïndiceerd voor de behandeling van chronische infectie met het hepatitis C-virus (HCV) bij kinderen vanaf 3 jaar (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 5.1).
Contra indicatie
4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pugh C) (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 5.2). Gelijktijdig gebruik met atazanavir bevattende middelen, atorvastatine, simvastatine, dabigatranetexilaat, producten die ethinylestradiol bevatten, sterke P-gp- en CYP3A-inductoren (bijv. rifampicine, carbamazepine, sint-janskruid (Hypericum perforatum), fenobarbital, fenytoïne en primidon) (zie rubriek 4.5).
4.3 Contra-indicaties Overgevoeligheid voor de werkzame stoffen of voor een van de in rubriek 6.1 vermelde hulpstoffen. Patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis (Child-Pugh C) (zie rubrieken 4.2, 4.4 en 5.2). Gelijktijdig gebruik met atazanavir bevattende middelen, atorvastatine, simvastatine, dabigatranetexilaat, producten die ethinylestradiol bevatten, sterke P-gp- en CYP3A-inductoren (bijvoorbeeld rifampicine, carbamazepine, sint-janskruid (Hypericum perforatum), fenobarbital, fenytoïne en primidon) (zie rubriek 4.5).
- Wanneer mag u dit middel niet innemen of moet u er extra voorzichtig mee zijn? Wanneer mag u dit middel niet gebruiken? u bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek
-
u heeft behalve hepatitis C nog andere ernstige leveraandoeningen. u gebruikt de volgende geneesmiddelen: atazanavir (voor hiv-infectie) atorvastatine of simvastatine (om het cholesterol in het bloed te verlagen) carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, primidon (wordt gewoonlijk gebruikt voor de behandeling van epilepsie) dabigatranetexilaat (om bloedstolsels te voorkomen) middelen met ethinylestradiol (zoals anticonceptiegeneesmiddelen, waaronder vaginale ringen, transdermale pleisters en tabletten) rifampicine (voor infecties) sint-janskruid (Hypericum perforatum) (kruidengeneesmiddel voor lichte depressie). Als een van de bovenstaande situaties op u van toepassing is, neem dit middel dan niet in. Als u het niet zeker weet, neem dan contact op met uw arts of apotheker voordat u dit middel inneemt.
-
Wanneer mag uw kind dit middel niet innemen of moet uw kind er extra voorzichtig mee zijn? Wanneer mag uw kind dit middel niet gebruiken? Uw kind is allergisch voor glecaprevir, pibrentasvir of voor een van de andere stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6. Uw kind heeft behalve hepatitis C nog andere ernstige leveraandoeningen. Uw kind gebruikt de volgende geneesmiddelen: atazanavir (voor een hiv-infectie) atorvastatine of simvastatine (om het cholesterol in het bloed te verlagen) carbamazepine, fenobarbital, fenytoïne, primidon (wordt gewoonlijk gebruikt voor de behandeling van epilepsie) dabigatranetexilaat (om bloedstolsels te voorkomen) middelen met ethinylestradiol (zoals anticonceptiegeneesmiddelen, waaronder vaginale ringen, transdermale pleisters en tabletten) rifampicine (voor infecties) sint-janskruid (Hypericum perforatum) (kruidengeneesmiddel voor lichte depressie). Als een van de bovenstaande situaties op uw kind van toepassing is, geef dit middel dan niet aan uw kind. Als u het niet zeker weet, neem dan contact op met de arts of apotheker van uw kind voordat u dit middel aan uw kind geeft.
Gebruik
4.2 Dosering en wijze van toediening De behandeling met Maviret moet worden gestart en gecontroleerd door een arts die ervaren is in de behandeling van patiënten met een HCV-infectie. Dosering Volwassenen en adolescenten vanaf 12 jaar of kinderen met een gewicht van minstens 45 kg De aanbevolen dosering Maviret is 300 mg/120 mg (drie 100 mg/40 mg tabletten), oraal ingenomen, tegelijk, eenmaal daags met voedsel (zie rubriek 5.2). De aanbevolen behandelduur met Maviret voor met HCV-genotype 1, 2, 3, 4, 5 of 6 geïnfecteerde patiënten met gecompenseerde leverziekte (met of zonder cirrose) staat in tabel 1 en tabel 2. Tabel 1: Aanbevolen behandelduur met Maviret voor patiënten zonder voorafgaande HCV�behandeling Genotype Aanbevolen behandelduur Geen cirrose Cirrose GT 1, 2, 3, 4, 5, 6 8 weken 8 weken Tabel 2: Aanbevolen behandelduur met Maviret voor patiënten waarbij eerdere behandeling met pegIFN + ribavirine +/- sofosbuvir, of sofosbuvir + ribavirine heeft gefaald Genotype Aanbevolen behandelduur Geen cirrose Cirrose GT 1, 2, 4-6 8 weken 12 weken GT 3 16 weken 16 weken Bij patiënten bij wie eerdere behandeling met een NS3/4A- en/of een NS5A-remmer heeft gefaald, zie rubriek 4.4. Gemiste dosis Als er een dosis Maviret is overgeslagen, kan de voorgeschreven dosis binnen 18 uur na het gebruikelijke tijdstip alsnog worden ingenomen. Als er meer dan 18 uur zijn verstreken sinds het gebruikelijke tijdstip waarop Maviret wordt ingenomen, mag de overgeslagen dosis niet meer worden ingenomen en moet de patiënt de volgende dosis op het gebruikelijke tijdstip innemen. Patiënten moeten de instructie krijgen geen dubbele dosis in te nemen. Als de patiënt binnen 3 uur na inname braakt, moet nog een dosis Maviret worden ingenomen. Als de patiënt meer dan 3 uur na inname braakt, is een extra dosis Maviret niet nodig. Ouderen Bij oudere patiënten is dosisaanpassing van Maviret niet noodzakelijk (zie rubrieken 5.1 en 5.2). Nierfunctiestoornis Er is geen dosisaanpassing van Maviret nodig voor patiënten met een nierfunctiestoornis, ongeacht de mate daarvan, inclusief patiënten die dialyse krijgen (zie rubrieken 5.1 en 5.2). Lever functiestoornis Er is geen dosisaanpassing van Maviret nodig voor patiënten met een lichte leverfunctiestoornis (Child-Pugh A). Maviret wordt niet aanbevolen bij patiënten met een matige leverfunctiestoornis (Child-Pugh B) en is gecontra-indiceerd bij patiënten met een ernstige leverfunctiestoornis (Child�Pugh C) (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.2). Patiënten die een lever- of niertransplantatie hebben ondergaan Een behandelduur van 12 weken werd beoordeeld en is aanbevolen bij patiënten die een lever- of niertransplantatie hebben ondergaan met of zonder cirrose (zie rubriek 5.1). Een behandelduur van 16 weken moet worden overwogen bij met genotype 3 geïnfecteerde patiënten die reeds eerder zijn behandeld met pegIFN + ribavirine +/- sofosbuvir, of sofosbuvir + ribavirine. Patiënten met een gelijktijdige infectie met hiv-1 Volg de doseringsaanbevelingen in tabel 1 en 2. Voor doseringsaanbevelingen met middelen tegen het hiv virus, zie rubriek 4.5. Pediatrische patiënten De veiligheid en werkzaamheid van Maviret bij kinderen jonger dan 3 jaar of met een gewicht minder dan 12 kg zijn nog niet vastgesteld. Er zijn geen gegevens beschikbaar. Maviret omhuld granulaat is bedoeld voor kinderen van 3 tot 12 jaar met een gewicht van 12 tot 45 kg. Raadpleeg de Samenvatting van de Productkenmerken van Maviret omhuld granulaat in sachets voor dosering op basis van lichaamsgewicht. Omdat de preparaten verschillende farmacokinetische profielen hebben, zijn de tabletten en het omhuld granulaat niet onderling uitwisselbaar. Daarom is een volledige behandeling met hetzelfde preparaat vereist (zie rubriek 5.2). Wijze van toediening
Voor oraal gebruik. Patiënten moeten de instructie krijgen om tabletten in hun geheel door te slikken met voedsel en de tabletten niet te kauwen, fijn te maken of te breken, omdat het de biologische beschikbaarheid van de middelen kan veranderen (zie rubriek 5.2).
Bijwerkingen
4.8 Bijwerkingen Samenvatting van het veiligheidsprofiel In gepoolde fase 2- en fase 3-klinische studies of na het in behandeling brengen bij met Maviret behandelde volwassen proefpersonen die waren geïnfecteerd met HCV-genotype 1, 2, 3, 4, 5 of 6, waren de meest gemelde bijwerkingen (incidentie ≥ 10%) hoofdpijn en vermoeidheid. Minder dan 0,1% van de met Maviret behandelde proefpersonen had ernstige bijwerkingen (transiënte ischemische aanval (TIA)). Het percentage van de met Maviret behandelde proefpersonen dat wegens bijwerkingen permanent met de behandeling stopte was 0,1%. Lijst met bijwerkingen in tabelvorm De volgende bijwerkingen werden vastgesteld in fase 2- en fase 3-registratiestudies of na het in de handel brengen, bij met HCV geïnfecteerde volwassenen met of zonder cirrose die gedurende 8, 12 of 16 weken werden behandeld met Maviret. De bijwerkingen worden hierna genoemd per systeem/orgaanklasse en frequentie. De frequenties worden als volgt gedefinieerd: zeer vaak (≥ 1/10), vaak (≥ 1/100, < 1/10), soms (≥ 1/1.000, <1/100), zelden (≥ 1/10.000, < 1/1.000), of zeer zelden (< 1/10.000) of niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Tabel 4: Met Maviret vastgestelde bijwerkingen Frequentie Bijwerkingen Immuunsysteemaandoeningen Soms angio-oedeem Zenuwstelselaandoeningen Zeer vaak hoofdpijn Maagdarmstelselaandoeningen Vaak diarree, misselijkheid Huid- en onderhuidaandoeningen Niet bekend pruritus Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen Zeer vaak vermoeidheid Vaak asthenie Onderzoeken Vaak verhoging van het totale bilirubine Beschrijving van geselecteerde bijwerkingen Bijwerkingen bij proefpersonen met een ernstige nierfunctiestoornis onder wie patiënten die gedialyseerd worden De veiligheid van Maviret bij proefpersonen met een chronische nierziekte (inclusief proefpersonen die gedialyseerd worden) en chronische HCV-infectie met genotype 1, 2, 3, 4, 5 of 6 met gecompenseerde leverziekte (met of zonder cirrose) is bij EXPEDITION-4 (n=104) en EXPEDITION-5 (n=101) beoordeeld bij volwassenen. De meest voorkomende bijwerkingen bij proefpersonen met een ernstige nierfunctiestoornis waren pruritus (17%) en vermoeidheid (12%) in EXPEDITION-4 en pruritus (14,9%) in EXPEDITION-5. Bijwerkingen bij proefpersonen met lever- of niertransplantatie De veiligheid van Maviret werd beoordeeld in 100 volwassen patiënten die eerder een lever- of niertransplantatie hebben ondergaan en chronische HCV-infectie met genotypen 1, 2, 3, 4 of 6 zonder cirrose hebben (MAGELLAN-2). Het algehele veiligheidsprofiel bij patiënten die een transplantatie hebben ondergaan was vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel waargenomen bij proefpersonen in fase 2- en 3-studies. Bijwerkingen waargenomen bij meer dan of gelijk aan 5% van de proefpersonen die gedurende 12 weken Maviret toegediend kregen, waren hoofdpijn (17%), vermoeidheid (16%), misselijkheid (8%) en pruritus (7%). Veiligheid bij HCV/hiv-1 geco-infecteerde proefpersonen Het algehele veiligheidsprofiel bij met HCV/hiv-1 geco-infecteerde volwassen proefpersonen (ENDURANCE-1 en EXPEDITION-2) was vergelijkbaar met het veiligheidsprofiel waargenomen bij volwassen proefpersonen met alleen een HCV-infectie. Pediatrische patiënten Het veiligheidsprofiel van Maviret bij HCV-GT1-6 geïnfecteerde adolescenten is gebaseerd op gegevens uit een fase 2/3-open-label studie bij 47 proefpersonen van 12 tot < 18 jaar die werden behandeld met Maviret gedurende 8 tot 16 weken (DORA Deel 1). De waargenomen bijwerkingen waren vergelijkbaar met de bijwerkingen die werden waargenomen in klinische studies met Maviret bij volwassenen. Het veiligheidsprofiel van Maviret bij HCV-GT1-6 geïnfecteerde kinderen van 3 tot 12 jaar is gebaseerd op gegevens uit een open-label fase 2/3-studies bij 80 proefpersonen van 3 tot < 12 jaar die werden behandeld met een op het gewicht gebaseerde hoeveelheid Maviret omhuld granulaat gedurende 8, 12 of 16 weken (DORA Deel 2). Het patroon van de waargenomen bijwerkingen was vergelijkbaar met de bijwerkingen die werden waargenomen in klinische studies met Maviret filmomhulde tabletten bij adolescenten en volwassenen. Diarree, misselijkheid en braken kwamen iets vaker voor bij pediatrische proefpersonen in vergelijking met adolescenten (bijwerkingen: respectievelijk 3,8% versus 0%, 3,8% versus 0%, en 7,5% versus 2,1%). Verhoogde serumbilirubinewaarden Verhogingen van het totale bilirubine tot minstens 2x de bovenste limiet van de normaalwaarde (BLN) zijn waargenomen bij 1,3% van de proefpersonen in verband met door glecaprevir gemedieerde remming van bilirubinetransporters en -metabolisme. De verhogingen van het bilirubine waren asymptomatisch, voorbijgaand en traden meestal vroeg in de behandeling op. Verhogingen van het bilirubine waren over het algemeen indirect en gingen niet met verhogingen van het ALAT gepaard. Directe hyperbilirubinemie werd gemeld bij 0,3% van de proefpersonen. Melding van vermoedelijke bijwerkingen Het is belangrijk om na toelating van het geneesmiddel vermoedelijke bijwerkingen te melden. Op deze wijze kan de verhouding tussen voordelen en risico’s van het geneesmiddel voortdurend worden gevolgd. Beroepsbeoefenaren in de gezondheidszorg wordt verzocht alle vermoedelijke bijwerkingen te melden via het nationale meldsysteem zoals vermeld in aanhangsel V.

